Archief van maart, 2010

Doel van plan van Aanpak

Hoe creëer je een leef- en leeromgeving voor mij (een Asperger-kind) waarin ik voldoende veiligheid, structuur en ruimte ondervind om me te kunnen ontwikkelen en leer-gemotiveerd te blijven?
Een kader waarbinnen –vanuit mijn kindbeleving-
  • duidelijkheid heerst
  • ik me veilig kan voelen

om

  1. mezelf te mogen zijn -> weer zelfvertrouwen te krijgen.
  2. motivatie te kunnen vinden om te leren
  3. mijn capaciteiten te kunnen ontplooien

1. Als ik voldoende structuur vind:

  • word ik minder vaak kwaad
  • hebben we het thuis gemakkelijker (hoef me op school niet in te houden en bouw geen frustratie op)
  • kom rustiger op school (ik ben thuis en onderweg niet onnodig geprikkeld)
  • krijg meer vriend(inn)en (ik gedraag me weer “normaal”)
  • ga weer graag naar school

2. Ik voel me begrepen en geaccepteerd:

  • Ik mag ‘anders’ zijn, zonder me ‘buitengesloten’ te voelen
  • Ik word niet gestigmatiseerd
  • Ik kan mijn ‘zwakke kanten’ compenseren met mijn ‘sterke kanten’

3. Ik ben minder ‘bewerkelijk’ voor mijn ouders en leerkrachten

  • vorm minder ‘uitzondering’
  • ‘flip’ niet meer
  • ben weer leer-gemotiveerd
  • accepteer regels en gezag omdat me dat helpt
  • kan energie constructief kwijt

Duidelijkheid Creëren

Rust – Reinheid – Regelmaat is voor alle kinderen goed, maar voor Asperges noodzaak

Regels en routines geven duidelijkheid en daarmee een gevoel van veiligheid.

Dit plan van aanpak helpt:

  • Regels aanleren
  • In concrete situaties
  • Met aangepast taalgebruik

Problemen op school

Wat kan school zoal signaleren bij een Asperger kind?

  • Het kind heeft geen zin meer in school.
  • Is in de pauze vaak alleen.
  • Wordt gepest.
  • Vaak speelt het kind wel met andere kinderen, maar kan moeilijk begrijpen dat de anderen niet altijd hetzelfde spelletje willen spelen.
  • Speelt niet met leeftijdsgenootjes maar juist wel met jongere kinderen (kind heeft dan de regie).
  • Het kind heeft veel moeite met zelfs kleine veranderingen en wordt dan heel erg boos.
  • Bij pijn gaat het heel hard schreeuwen.
  • Komt vaak klagen bij de leerkracht over hele kleine dingen.
  • Heeft veel herhalingen.
  • Wordt ‘zomaar’  heel erg kwaad, terwijl niemand begrijpt waarom.
  • Het kind houdt zich in de klas in en wordt thuis heel erg vervelend, omdat alles opgekropt is; ouders komen langs met problemen thuis.
  • Geen probleem met leerstof.
  • Is intelligent, gebruikt woorden van volwassenen.
  • Stelt veel vragen; vaak diepgaand
  • Merkt dingen op die andere kinderen gewoon voorbij gaan laten
  • Sterk rechtvaardigheidsgevoel
  • Zeer principieel, vaak ‘overdreven’ eerlijk;
  • Geen ‘leugentjes voor bestwil’ of  ‘sociaal wenselijk gedrag’

Problemen thuis

  • Het kind is na school uitgeteld, nauwelijks meer aanspreekbaar, of
  • Het kind is na school volledig ‘opgedraaid’ en ontlaadt alle opgekropte frustratie, boosheid en spanning thuis
  • Het kind wil ‘niet ook nog’ huiswerk maken
  • Wil niet meer naar sport of vereniging

Verbale Communicatie

  • Mensen zonder autisme zeggen dingen die ze niet menen, laten dingen weg die ze wel menen, doen allerlei vreemde dingen met hun gezicht wat dan weer de betekenis van hun woorden verandert; dat is voor mij niet te begrijpen.
  • Ironie, sarcasme of figuurlijk taalgebruik snap ik niet. Ik neem taal veelal letterlijk; dus zeg wat je bedoelt en doe wat je zegt!
  • leg eerst uit wat je wilt of gaat doen en gun me even tijd voor je tot de betreffende aktie overgaat. Het duurt bij mij vaak wat langer voor de informatie verwerkt is; ik moet dingen eerst een plekje geven voordat ik er iets mee kan. Als ik  soms iets later reageer is dat geen onwil of slecht luisteren. Het heeft gewoon iets meer tijd nodig.
  • ik heb hele intense gevoelens, maar uit dat anders en ga er anders mee om. De kans dat we elkaar op dit punt verkeerd begrijpen is heel groot.
  • doe dus geen beroep op gevoelens maar communiceer op feiten.
  • Abstracte tijdsaanduidingen zijn voor mij verwarrend. “over een tijdje” dat zegt mij helemaal niets.
  • Wees concreet in de tijdsaanduiding. Nu, straks, later, eventjes is voor iedereen anders; daar kan ik niets mee. Geef aan ‘over 5 min, een uur’  etc.

Ik kom zo – we gaan straks weg – ik kom nu er aan – wacht even – bier drinken mag je als je groter bent

Geef liever een exacte tijdsaanduiding: Ik kom over 5 minuten – we gaan weg als de wijzers van de klok op de 12 staan – ik kom als ik klaar ben met het inpakken van de vaatwasser – bier drinken mag als je 16 bent.

  • Door mijn manier van denken is het erg moeilijk om de juiste betekenis aan ‘gangbare’ communicatie te verlenen. Ik ben in veel dingen heel precies en kan vallen over kleine nuances die voor NT’ers onbelangrijk lijken maar voor mij absoluut zijn.
  • Sarcastisch bedoelde uitspraken en zelfs troetelnaampjes of grapjes kunnen voor veel verwarring zorgen. Totdat je zeker bent dat ik dergelijke uitspraken begrijp, kun je dit het best zo veel mogelijk vermijden.
  • Als je mijn vraagt: Wil je de hond uit laten? Dan krijg je als antwoord: Ja! en vervolgens gebeurt er niets. Je hebt immers antwoord op je vraag gekregen. Hoe moet ik weten dat je eigenlijk iets anders bedoelt?

In de regel levert het “vragen” aan iemand met autisme aardig wat strijd op. Het lijkt alsof hij niet luistert en weigert aan jouw verzoek tegemoet te komen. Auticommunicatie is de vraag verpakken in een opdracht. – jij laat over 5 minuten de hond uit en je loopt een rondje om het plein- en hij zal dit doen. Belangrijk is dat het – wie – wat – waar – wanneer – hoe – van de opdracht duidelijk is. Voor sommigen zal een gesproken opdracht voldoende zijn maar veel kinderen met autisme hebben baat bij een visuele ondersteuning.

  • Het woordje ‘niet’ (en andere in negatief-vorm gestelde opdrachten) zorgt voor onduidelijkheid; (zowel voor NT’ers als bij Aspergers). Bv: wat mag ik nu wel of niet als je zegt: “Het is verboden om ongevraagd niet aan witte muizen te denken”
  • Als je zegt wat je WEL van me wil, reageer ik een stuk adequater!

Niet met je schoenen op de bank – niet rennen in de gang – niet voetballen op het gras – niet smakken – niet aankomen: Niet doen!

Schoenen uit bij de kapstok – zachtjes lopen in de gang, voetballen op het veld – kauwen met je lippen op elkaar – afblijven: doen!

  • Mijn in andere ogen soms afwijkend gedrag is geen onwil maar onmacht.
Met dank aan: Auticomm

Non-verbale Communicatie

  • Ik kan non-verbale signalen niet goed duiden; soms lijk ik ze niet eens op te merken. Benoem dus wat je wilt of voelt en wees daar eerlijk in. Ik voel heel goed aan als je wat anders zegt dan je bedoelt en dat verward me. Ik waardeer het als je lichaam hetzelfde zegt als je mond. Wees congruent.
  • vermijd onnodige aanrakingen. Ik sta er niet altijd open voor om zomaar aangeraakt te worden, al helemaal niet als het niet echt gemeend is. Op het verkeerde moment kan ik er zelfs behoorlijk door in paniek raken. Een bemoedigend schouderklopje of een een geruststellende aanraking wordt meestal als onprettig ervaren. Verwacht zelf bij verdriet of blijdschap ook geen arm om je schouder. Ik voel me heel onzeker als ik me moet verplaatsen in de situatie van een ander en weet dan niet altijd hoe ik moet reageren; ik ben bang daarin fouten te maken.
  • oogcontact is niet altijd vanzelfsprekend. Ik bedoel niet onbeleefd te zijn als ik geen oogcontact maak; soms is dat gewoon te intens, het leidt me af om helder te denken.

Inrichting

Inrichting:

  • Veiligheid en afstand
  • Geen materialen die angstig en verward maken
  • Eigen aparte plek voor taakgericht gedrag
  • Vaste plek voor time-out

Sommige zaken zijn voor veel Aspergers een ware verschrikking zoals, lange rijen met mensen, menigten op scholen, markten, volle warenhuizen, lawaaiige omgevingen zoals zwembaden, pretparken of concertzalen.

Tijdbewustzijn

Tijdbewustzijn en taakplanning

  • Dagschema visualiseren en transparant maken (dagritmekaarten)
  • Rituelen voor overgangsmomenten (onderbouw: liedje, middenbouw idem, bovenbouw: zelfde zin o.i.d.)
  • Bijzondere gebeurtenissen voorbespreken
  • Onverwachte gebeurtenissen uitleggen
  • (indien van toepassing) Obsessies, dwangmatig gedrag begrenzen

Dagritme

Invoeren van dagritmekaarten

Ik heb veel steun aan duidelijkheid, aan een herkenbare dag en week structuur. Dagritmekaarten waarmee een dag- en weekplan gevisualiseerd kan worden, zijn niet alleen in de lagere groepen erg handig.

In de onderbouw kunnen deze kaarten nog klassikaal besproken worden, net zoals in de middenbouw, maar in de bovenbouw kan ik ze ook heel goed zelf lezen en zo de structuur van de dag ontdekken.

Als ze klassikaal gebruikt worden zullen veel kinderen er een steun aan hebben. Kinderen die die behoefte wat minder hebben zullen ze niet storen.

Voorbeeld dagritmekaarten zie: Diddle Dagritmekaarten

Lesplanning

Lesplanning structureren

  • Maak de lesplanning visueel; bv met dagritmekaarten of een planbord
  • Je zou elke ochtend kunnen beginnen met dezelfde vakken. Voor kinderen die genoeg hebben aan dagritmekaarten is dit niet meer nodig, maar voor kinderen die hier niet genoeg aan hebben kan de lesplanning worden aangepast. Een herkenbaar weekprogramma zou mij helpen.
  • Geef een omschakeling in het programma op tijd aan, zodat ik me erop kan instellen. In de onderbouw kan dit heel goed door elke dag te beginnen met een inloop, dan werken etc. Het zijn dan niet de lessen die hetzelfde worden, maar de verschillende activiteiten. Ook de tijden hoeven niet precies gelijk te zijn, want de jonge kinderen kunnen nog geen klok kijken, maar als de lessen in gelijke volgorde lopen is het voor mij veel gemakkelijker werken. In de midden- en bovenbouw moet het weekrooster elke week hetzelfde worden en zoals al eerder vermeld: de veranderingen op tijd aangeven.
  • Je kunt uitproberen of het mij helpt als ik zelf de dagritmekaart die voorbij is kan omdraaien en de volgende kaart kan zien; een ritueeltje dus als afbakening van de nieuwe situatie.